Lullig stukje (boek schrijven)

Ik vroeg haar: ‘Zou jij wel eens een boek willen schrijven?’

‘Een boek schrijven, ik?’ Met haar vingers raakte ze even haar fijne gouden kettinkje aan. ‘Ik moet er niet aan denken. Dat lijkt me nou echt saai, de hele dag in je eentje achter een computer.’

‘Saai?’

‘Echt wel,’ antwoordde ze. ‘Jij zit toch ook liever hier?’

‘Ja, misschien wel.’

‘Nou dan.’

Het was even stil.

‘Alsof ik elke dag – de hele dag – alleen maar in de kroeg wil zitten? Er blijft heus meer dan genoeg tijd over om een boek te schrijven.’

‘Zou je dat willen dan?’

‘Een boek schrijven?’

‘Ja, daar hebben we het toch over.’

‘Ik zou best een boek willen schrijven, ja. Lijkt me wel stoer.’

‘Waarover?’

‘Wat? Het boek?’

Ze zuchtte. ‘Wat anders?’

‘Dat weet ik nog niet hoor. Maar waarom zou jij géén boek willen schrijven?’

Please,’ zei ze. ‘Schrijven is echt iets voor mensen die zelf geen leven hebben. Een tante van me schrijft boeken. Niemand ziet haar ooit. Volgens mij komt ze niet eens buiten.’

‘Wist ik niet,’ zei ik. ‘Hoe heet ze?’

‘Je kent haar niet, ze schrijft streekromans.’

‘Ik vind het gewoon zo’n romantisch idee,’ zei ik. ‘Iemand die thuis op zijn zolderkamer heel hard aan het werk is en de mooiste dingen schrijft terwijl de rest op kantoor aan het vergaderen is, of in de kroeg zit.’

‘Er is niks romantisch aan,’ zei ze. ‘Geloof me, het is voor mensen die zelf niks durven of die mensenschuw zijn. Of die heel ongelukkig zijn.’

‘Hoe kom je daar nou bij?’

‘Alsof gelukkige mensen in staat zijn om een boek te schrijven! Die zitten liever op het terras, ze gaan op wintersport of ze zitten in de tuin blij en gelukkig te wezen.’

‘Stel je toch eens voor,’ zei ik, ‘dat terwijl wij hier zitten iemand op ditzelfde moment een schrijver of dichter hard aan het ploeteren is met iets simpels als woorden, maar daar dan iets briljants of ontroerends, of allebei van weet te maken.’

‘Heb je thuis soms al zitten zuipen?’ vroeg ze.

‘Nee,’ zei ik. ‘Ik begin gewoon te snappen dat sommige dingen die ergens eenvoudig lijken, zoals het schrijven van een boek bijvoorbeeld, dat dat veel meer werk is dan het misschien lijkt. Dat het niet vanzelf ontstaat. Dat je dat niet voor elkaar krijgt als je de hele tijd maar in de kroeg blijft zitten.’

Ze keek me onderzoekend aan en mompelde een tsja.

‘Weet je wel hoeveel werk het is om een boek te schrijven? En dat heus niet iedereen dat kan?’ Ik praatte sneller dan ik wilde.

‘Weet je hoeveel boeken er in de bieb staan? Duizenden! Ja toch! En dan is het ene nog slechter dan het andere. Maar goed. Wil je nog iets drinken of moet je al aan je meesterwerk beginnen?’

 

Spread the love
Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als lullig