Lullig stukje (ruzie voor beginners)

Op de verpakking van het doosje groene thee stond in rode schreeuwerige letters met kalmerende werking. Ik dronk twee koppen thee, smeerde een klodder pindakaas op een boterham en kauwde net zo lang tot ik de droge happen zonder moeite door kon slikken. Met mijn mouw veegde ik mijn mond af en met een zenuwachtig gevoel in mijn buik belde ik hem. Hij nam op met een brommerig hallo. Mijn zenuwen verdwenen en ik leek zelfs iets van blijheid te voelen.

‘Hoe is het?’ vroeg ik.

‘De trein ging kapot. De bovenleiding was gebroken, de wielen waren vierkant geworden of er lagen twee blaadjes op het spoor, geen idee wat er nu weer aan de hand was.  Altijd is er wel iets met die NS.’

‘En wat deed je toen?’

‘Wanneer?’

‘Toen de trein kapot ging.’ Ik klonk alsof iemand mijn neus dichthield.

‘De trein reed achteruit terug naar het station en daar lieten ze me een uur wachten. Na een half uur kreeg ik een bonnetje voor een beker koffie.’

‘Toch aardig.’

‘Uiteindelijk moest ik het hele stuk met de bus. Hoor je me, met de bus. Een propvolle, hete en stinkende bus. Ik kon niet eens zitten, zo druk was het. Ik heb de hele reis moeten staan.’

‘Jeetje.’

‘Ja.’

‘Shit zeg.’

‘Nogal.’

‘En nu?’ vroeg ik.

‘En nu wat?’

‘Wij?’

‘Kun je niet meer praten?’

‘Hoezo?’

‘Je zegt telkens maar een woord. Geef me eens een een hele zin?’

‘Waarom?’

‘Wat wil je vragen of wat wil je zeggen? Waarom bel je?’

‘Om te horen hoe het met je gaat.’

‘Oké. En wat nog meer? Heb je mijn brief gelezen?’

‘Ja,’ zei ik .

‘En wat vond je ervan?’

Lang, dacht ik.

‘Mooi,’ zei ik.

‘Echt waar, mooi?’ Ik hoorde dat hij wilde dat ik een ander antwoord had gegeven.

‘Ik weet het niet zo goed.’

Hij was stil.

‘Ben je nog boos?’ vroeg ik.

‘Ik ben vooral verdrietig,’ zei hij. ‘Het schrijven van die brief heeft me wel geholpen, daarna was ik kalmer. Het spijt me wel dat ik zonder iets te zeggen ben weggegaan, maar het leek me vanochtend beter. Ik had niet het idee dat het snel goed zou kunnen komen en ik had geen zin in nog meer ruzie. Ik baal wel heel erg van die busreis.’

‘Snap ik, ja.’

‘Ben jij nog boos?’ vroeg hij.

‘Ik weet het niet,’ zei ik. ‘Ik denk het niet.’

‘Fijn dat we weer normaal met elkaar kunnen praten,’ zei hij. ‘Zullen we elkaar even wat rust geven? Dat ik je over een paar dagen weer bel? Is dat goed?’

‘Ik denk het,’ zei ik.

‘Ja?’ vroeg hij.

‘Goed,’ zei ik.

‘Zullen we dan nu ophangen?’

‘Ja,’ zei ik en ik hing op.

Spread the love
Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als lullig